auteurs

Hieronder vindt u diverse auteurs.

Allereerst de Centrale Fuguren van het Bahai-geloof. Daarnaast vindt u uitgaven door het Universele Huis van Gerechtigheid en overige auteurs. Al deze uitgaven staan onder auspiciën van de bahá`í-uitgeverij in Nederland (SBL).

 

Baháu`lláh.

Nu het nieuwe millennium is aangevangen heeft de mensheid dringend behoefte aan een visie op de aard van de mens en de samenleving die tot grotere eenheid leidt. Het antwoord op deze behoefte heeft de afgelopen honderd jaar geleid tot een opeenvolging van ideologische aardverschuivingen die de wereld in hevige beroering hebben gebracht en die nu uitgeraasd lijken te zijn. Ondanks de ontmoedigende resultaten getuigt de geestdrift waarmee de strijd is gevoerd ervan hoe diep de behoefte is. Zonder een gemeenschappelijke overtuiging over de loop en de richting van de geschiedenis der mensheid, is het immers ondenkbaar dat er fundamenten kunnen worden gelegd voor een wereldomvattende samenleving waar het merendeel der mensen zich voor kan inzetten. Zulk een visie wordt ontvouwd in de geschriften van Bahá’u’lláh, de profeet uit de negentiende eeuw, wiens groeiende invloed de opmerkelijkste ontwikkeling is in de hedendaagse religieuze geschiedenis. Bahá’u’lláh1 -op 12 november 1817 in Perzie geboren- begon op 27-jarige leeftijd aan een onderneming die geleidelijk miljoenen mensen is gaan boeien en hun trouw heeft gewonnen, mensen van praktisch ieder ras en iedere cultuur, klasse en natie op aarde. Dit verschijnsel is niet te duiden vanuit ons huidige wereldbeeld: het is gerelateerd aan belangrijke breekpunten in het collectieve verleden van de menselijke soort. Bahá’u’lláh maakte er namelijk  aanspraak op niet minder te zijn dan de Boodschapper van God voor het tijdperk van “de volwassenheid der mensheid”, de Drager van een goddelijke Openbaring die de vervulling is van de beloften uit vroegere religies, en het geestelijke zenuwstelsel zal vormen voor de eenwording van de volkeren der wereld.

 

Graftombe van Bahá`u`lláh.

De uitwerking die leven en werk van Bahá’u’lláh nu al hebben gehad, zou in ieder geval de serieuze aandacht moeten krijgen van een ieder die gelooft dat de mens in essentie een geestelijk wezen is, en dat de toekomstige organisatie van onze planeet moet worden bezield door dit aspect van de werkelijkheid. Ieder kan het bewijsmateriaal onderzoeken. Voor het eerst in de geschiedenis staat de mensheid een gedetailleerd en verifieerbaar verslag ter beschikking over het ontstaan van een onafhankelijk religieus systeem en het leven van de Stichter ervan. Even toegankelijk is het verslag van de weerklank die het nieuwe geloof heeft gevonden door de opkomst van een wereldwijde gemeenschap die er al terecht aanspraak op kan maken een representatieve vertegenwoordiging van de mensheid te zijn.

Gedurende de eerste decennia van deze eeuw bleef deze ontwikkeling betrekkelijk onopgemerkt. De geschriften van Bahá’u’lláh verbieden de agressieve bekeringsijver waardoor veel religieuze boodschappen wijd werden verspreid. Bovendien gaf de Bahá’í-gemeenschap er prioriteit aan over de gehele planeet groepen op plaatselijk niveau te stichten. Dit verhinderde dat in een vroeg stadium in enig land grote concentraties aanhangers konden ontstaan of dat de middelen bijeengebracht konden worden die nodig zijn voor grootschalige publiciteitsprogramma`s. Arnold
Toynbee, geintrigeerd door verschijnselen die de opkomst van een nieuwe wereldreligie zouden kunnen betekenen, merkte in de jaren vijftig op dat het Bahá’í-geloof toen bij de gemiddeld ontwikkelde westerling ongeveer even bekend was als het Christendom in de tweede eeuw van onze jaartelling bij de overeenkomstige groep in het Romeinse Rijk.

Heraut van de Komst van Bahá’u’lláh

De kamer van de Báb in Shíráz, Irán

Verscheidene jaren voordat Bahá`u`lláh zijn zending verkondigde, zond God een speciale boodschapper om zijn komst aan te kondigen. Deze grote boodschapper nam de titel “Báb” aan wat de poort betekent. Hij was inderdaad een poort naar de kennis van God en naar een nieuw tijdperk in het bestaan van de mens.

Zes jaar lang leerde hij onophoudelijk dat de verschijning van de nieuwe Manifestatie van God nabij was en bereidde de weg voor zijn komst. Hij vertelde de mensen dat ze getuige waren van de dageraad van een nieuw tijdperk, de dageraad van de beloofde dag van God. Hij riep ze op om hun hart van aardse ijdelheden te zuiveren zodat ze hem konden herkennen die God spoedig bekend zou maken.

Duizenden en duizenden mensen aanvaardden de boodschap van de Báb en begonnen zijn leringen te volgen. Maar de regering van Iran en de machtige geestelijkheid die over de massa heersten kwamen tegen hem in opstand. Zijn volgelingen werden vervolgd en grote aantallen werden ter dood gebracht. De Báb zelf stierf de marteldood door de hand van een regiment soldaten die hem, op bevel van de regering, ophingen op een plein en het vuur op hem openden.

“Zeg: God voldoet alle dingen boven alle dingen en niets in de hemelen of op aarde behalve God is genoeg. Waarlijk, Hij is in Zichzelf de Wetende, de Helper, de Almachtige.”
– De Báb

Veel bahá’ís kennen dit gebed uit het hoofd en zeggen het hardop of in gedachten als ze in moeilijkheden zijn:

“Is er iemand die moeilijkheden wegneemt buiten God? Zeg: Ere zij God. Hij is God. Allen zijn Zijn dienaren en allen verblijven bij Zijn gebod.”
                                                     – De Báb

De Berg Karmel

 

Graftombe van de Báb en Terrassen

In de tijd die volgde op zijn marteldood, zagen zijn volgelingen kans de hand te leggen op de overblijfselen van de Báb en brachten ze die van de ene plaats naar de andere, altijd verborgen voor de vijanden van het Geloof. Ten slotte werden ze overgebracht naar de berg Karmel in het Heilige Land.

De tweelingsteden Haifa en ‘Akká zijn heden ten dage het spirituele en bestuurlijke wereldcentrum van het Bahá`í-geloof; het spirituele centrum, omdat hier de graftombe van de Báb en van Bahá`u`lláh alsook vele andere heilige plaatsen gelegen zijn, en het bestuurlijke centrum omdat de zetel van het allerhoogste bestuurslichaam van het Geloof, het Universele Huis van Gerechtigheid zich ook op de berg Karmel bevindt.

`Abdu`l-Bahá, Centrum van het Verbond

`Abdu`l-Bahá, zijn oudste zoon, werd aldus tot de enige uitlegger van zijn woorden en het `Middelpunt van zijn Verbond` benoemd. Hij was grootgebracht door Bahá`u`lláh zelf, had zelfs als kind zijn rang herkend en had gedeeld in het lijden van zijn vader. Hij was een zeer kostbaar geschenk, gegeven aan de mensheid, het volmaakte voorbeeld van alle bahá`í-leringen.

`Abdu`l-Bahá leefde 77 jaar op deze aarde. Hij werd op dezelfde avond geboren dat de Báb zijn missie bekend maakte in 1844 en ging heen in november 1921. Zijn leven was vol kwellingen, maar aan iedereen die in zijn aanwezigheid kwam heeft hij de grootste vreugde en geluk gebracht.

Na het heengaan van zijn vader kwam de verantwoordelijkheid voor de bahá`í-gemeenschap op zijn schouders te rusten, en hij zwoegde dag en nacht om het Geloof door geheel het Oosten en Westen te verspreidden. Hij schreef duizenden tafels aan individuele personen en groepen overal en verduidelijkte de leringen van zijn vader. Zijn interpretaties vormen nu een essentieel onderdeel van de geschriften van het Bahá`í-geloof.

Door zich te richten op ´Abdu´l-Bahá als het middelpunt van het Verbond, blijven de bahá`ís in de wereld verenigd in hun inspanningen voor het creëren van een nieuwe beschaving. We herinneren ons dat we, als een deel van onze belofte aan Bahá`u`lláh, elkaar moeten liefhebben en in `Abdu`l-Bahá zien we het volmaakte voorbeeld van iemand die liefheeft. We herinneren ons dat we het recht moeten handhaven, dat we edelmoedig moeten zijn, dat we de fouten van anderen over het hoofd moeten zien, en uit het voorbeeld van `Abdu`l-Bahá leren we rechtvaardigheid, edelmoedigheid en vergeving. Bahá’ís houden `Abdu`l-Bahá altijd voor ogen en houden daarmee hun Verbond met Bahá’u’lláh in gedachten, dat ze niet zullen toelaten dat de eenheid onder Zijn volgelingen verbroken wordt en dat ze zich verenigd als wereldwijde gemeenschap zullen inspannen totdat de eenheid van de mensheid stevig is.

www.bahai.org

www.bahai.nl

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.